Tja, ik heb het in voorbije jaren nooit gelezen – en het verhaal kan ons in de regel ook niet echt bekoren. Toch wil ik deze laatste ‘In het Midden’ beginnen met een passage uit dat verhaal: “Toen liet de Heer uit de hemel zwavel en vuur neerregenen op Sodom en Gomorra en Hij vernietigde die steden en de hele vallei, met de inwoners van al de steden met alles wat er op het land groeide. De vrouw van Lot, die achter hem liep, keek om en veranderde in een zuil van zout.” (Genesis 19:24-26). Wat er in Sodom en Gomorra was voorgevallen was heftig – en Lot en zijn gezin hadden de opdracht gekregen te vluchten en het achter zich te laten. Niet meer aan
denken, niet meer naar omkijken.

Wie achterom kijkt blijft in het verleden vast zitten en ziet op den duur geen nieuw perspectief meer. En ik heb onderhand ook voldoende achterom gekeken en teruggeblikt op de voorbije vier, soms toch wel roerige, jaren – het is tijd om vooruit te kijken. De geloofsgemeenschap gaat een nieuwe periode in, een nieuwe fase, met nieuwe uitdagingen, maar ook echt nieuwe kansen.

Mijn vertrek werd niet, zoals bij Lot en zijn gezin, ingegeven door dreigend gevaar, maar net als het vertrek van Lot en zijn gezin kwam het wat plotseling. En sommigen zullen zich ook afvragen: “Waarom nu?” We zitten ‘in de lift’. We waren net begonnen met een aantal nieuwe activiteiten, zoals de Zing-In. De Kerstsamenzang op Kerstavond trok meer dan vijftig mensen, waarvan er ruim dertig van buiten onze geloofsgemeenschap. We hebben na de coronaperiode ook het geloofsgesprek weer opgepakt en zijn aan het werk gegaan met onze gedeelde visie op onze geloofsgemeenschap. Het opstellen van een bijpassend profiel voor een predikant was de logische volgende stap – en daarmee zou ik, zij het later dan we bij aanvang hadden voorzien, hebben afgerond wat was afgesproken toen ik in december 2018 aantrad als interim predikant. Intussen is er een beroepingscommissie ingesteld die met dat profiel aan de slag kan: een omschrijving van wat er van oudsher tot de taak en opdracht wordt gerekend, maar ook met enkele overwegingen over wat de geloofsgemeenschap de komende jaren nodig zal hebben om verder te groeien en te bloeien.

Want groei zie ik zeker: groei in onderlinge verbondenheid, groei in diepgang van de verhalen die we met elkaar delen en van het gedeeld geloof, groei in betrokkenheid, maar ook groei in de zin dat er zich nieuwe mensen aan zullen blijven sluiten bij de geloofsgemeenschap. Wat daarvoor nodig is? Vertrouwen en toewijding – en die zijn er in overvloed. De toewijding en betrokkenheid van velen heeft ons mede door de woestijn van de coronatijd geleid, met het vertrouwen dat het goed kwam. Dat dat vertrouwen ook altijd ‘Godsvertrouwen’ is, dat is in onze geloofsgemeenschap niet vanzelfsprekend. Niet iedereen heeft eenzelfde godsbeeld en godsbeleving. Sommigen zullen liever zeggen dat ze vertrouwen hebben
in het leven, of in het goede, in de macht van de liefde, vertrouwen in de toekomst, zonder te ontkennen dat dat ook spannend kan zijn.
Ook de tijd die nu voor ons ligt is spannend. Op het wereldtoneel zien we diverse uitdagingen: corona lijkt onder controle, maar is nog niet weg; de oorlog in Oost-Europa is nog lang niet beëindigd; prijzen blijven stijgen; de opwarming van de aarde zet stug door. De gemeente gaat een periode zonder predikant tegemoet – en dan is het altijd weer spannend of er een geschikte kandidaat wordt gevonden. Sommigen van ons staan voor spannende tijden in hun persoonlijk leven of hun gezinsleven.
En intussen maak ik mij op voor een ander avontuur. Na vier jaar samen op weg te zijn geweest ga ik nu een andere weg. Ook dat is spannend, maar ik ga in vertrouwen dat ik die weg niet alleen ga. En dat brengt mij dan nog eens terug bij dat andere verhaal uit het boek Genesis, namelijk dat uit Genesis 12, over de roeping van Abram. Abram hoort de stem van God, die tussen de regels door zegt: “Ga maar – en ik ga met je mee!” Zo ben ik destijds naar Deventer gekomen, in het vertrouwen dat dit was waar ik moest zijn – en zo ga ik nu weer verder. Wel fijn om dan te weten dat God toch wel zo groot is dat hij/zij/het zowel met mij mee kan gaan als met Geloofsgemeenschap Het Penninckshuis.

Fulco van Hulst