IN HET MIDDEN

“In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. (…) Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam”. Zo begint in Lucas 2 het verhaal van Jezus’ geboorte dat het bekendst geworden is. Deze evangelist is de enige die het ons het op deze manier vertelt. Bij de andere ontbreekt zo’n verhaal en behalve bij Matteüs wordt ook Bethlehem niet eens genoemd.
Hoe zouden wij nu reageren als er zo’n oproep zou uitgaan van onze regering: we gaan een volkstelling houden en iedereen moet naar de plaats waar hij geboren is? Ik denk dat er eerst Kamervragen zouden worden gesteld, maar omdat de regeringspartijen natuurlijk de rijen gesloten houden, zal dat niet helpen. Dan wordt er geprotesteerd op het Malieveld en ongetwijfeld zal dat uitlopen op rellen. Tenslotte gaat het gewoon door. En dan … Ziet u het voor u? Velen van ons stappen in de auto en zijn nauwelijks op weg of staan al in de file. In de zomer is er nog zoiets als vakantiespreiding, maar nu gaan we allemaal tegelijk op weg. Anderen nemen het openbaar vervoer. Zou de NS het aankunnen? En hoe moet het met de bejaarden en de zieken?
Hoe dat vroeger politiek lag, vertelt Lucas ons niet. Jozef en Maria gingen gewoon op weg. Ik probeerde mij voor te stellen hoe dat er destijds aan toe gegaan moet zijn. Thuis wordt alles georganiseerd: je laadt je bagage op een ezel en dan op pad met je vrouw, die ook nog zwanger is. Het land was toen natuurlijk niet zo dicht bevolkt, maar het moet er toch druk geweest zijn met reizende gezinnen. De een trok bijvoorbeeld van Nazareth naar Bethlehem, maar anderen waarschijnlijk precies in tegenovergestelde richting.
Mede daarom zal het ook erg druk geweest zijn in Bethlehem, waardoor er geen plaats meer was in het nachtverblijf van de stad. De deur stond niet voor hen (hem?) open, er hing geen mooie krans ter verwelkoming. En zo werd het kind van Jozef en Maria geboren in de stal en in een voederbak gelegd. Ergens op het internet las ik trouwens, dat die voederbak een tamelijk onmogelijk gegeven is: een vrome Jood zal nooit een baby in een voederbak leggen, want daar kan ook wel een onrein dier uit gegeten hebben. Hoe dan ook: een tamelijk ongezellige kraamkamer.
En wat doen wij rond Kerstmis? Wij maken ons huis juist gezellig met misschien een kerstboom die versierd is in de kleur die nu helemaal ‘in’ is en allerlei andere versieringen. We kopen lekkere dingen of bakken ze zelf. Of we trekken de deur achter ons dicht en gaan ook fijn op reis, staan in de file, missen een treinaansluiting, op weg naar familie of vrienden, voor een gezellige kerst. Allemaal voor ‘adventus’: aankomst, komst, nadering, zegt mijn Latijns woordenboek.
Ieder jaar opnieuw in de verwachting van het kind? Internet leverde mij hierover ook een diepere gedachte. Waarom leven wij nog steeds zo naar kerstmis toe? We kunnen toch niet doen alsof Jezus nog geboren moet worden? Nee, iedere dag is ‘advent’. We moeten wachten op, toeleven naar dat Koninkrijk dat nadert.

Alice Snel – ten Dolle