Vernieuwing

Op vakantie lekker uit eten, een familiedag, een jaarlijks bezoek aan de Mattheüspassion, met kerst naar de kerk: sommige tradities koesteren we. Ze zijn omgeven met rituelen. Ze geven structuur aan het leven. Daarom is het opvallend dat we ons in ons dagelijks leven juist verre houden van traditie en rituelen. En we associëren ze al helemaal niet met een succesvol leven. We associëren ze eerder met dwang, met leefregels die ons voorschrijven wat te doen. Veel liever gaan we onze eigen gang, vieren we onze uniciteit, zijn we onszelf.
Op Facebook zag ik een reclamefilmpje over een lesprogramma voor basisschoolleerlingen. Het programma gaat over geluk. De kinderen leren op zichzelf te vertrouwen, positief te denken, en te mediteren. En ze leren een liedje: Ik mag er zijn / Ik kan alles zijn / Ik ben zo vrij / en ik hou van mij. Dat maken we onszelf wijs: voor een gelukkig leven moet ik naar mezelf kijken. Ik moet op zoek gaan naar mijn ware ik. En als ik die heb gevonden, dan moet ik trouw blijven aan wie ik werkelijk ben. Ik moet van mezelf houden en mijn ware ik omarmen. Dan kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil, zoals het mij uitkomt, zoals bij mijn kwaliteiten en talenten past. Ik moet een carrière en een partner kiezen die het beste bij mij passen. We denken dat we zo in vrijheid kunnen leven. We zijn moderne mensen, denken we, die ons eigen leven leiden. In tegenstelling tot traditionele mensen. Traditionele mensen, die al wat ouder zijn en die je vaak in kerken vindt, daarvan denken we dat hen wordt verteld wat ze moeten doen. Zij krijgen vanuit een traditie ideeën mee over zichzelf en over de wereld, die ze moeten aannemen. Traditionele maatschappijen doen aan rituelen. Rituelen die de wet voorschrijven en denkbeelden opleggen die traditionele mensen moeten accepteren. Daarom zijn zij niet vrij en wij wel.
Maar stel dat die stelling niet klopt? Stel dat ons idee van het vrije zelf dat we zijn niet klopt en zelfs tegen ons werkt? Stel dat het ons beperkt en dat het ons belet om een beter mens te worden. In de oosterse filosofie gaat men ervan uit dat we helemaal niet zo goed weten wie we zijn en wat we willen. In het oude China en Japan dacht men dat de mens juist rommelig is, een puinhoop van vele emoties en verlangens. Vanaf jonge leeftijd komen we steeds andere puinhopen tegen. En als we elkaar tegenkomen, ontlokken we aan elkaar constant verschillende reacties. Al vanaf jonge leeftijd beginnen we in reactiepatronen te vervallen. Vanuit die patronen reageren we op de andere mensen die we tegenkomen, zodat we ons niet telkens opnieuw hoeven te verhouden tot die rommelige wezens die we tegenkomen. We reageren vanuit die vastgeroeste patronen, en blijven ze herhalen. Om die reden hebben we dan eigenlijk steeds dezelfde relaties, ongeacht met wie.
We gaan op een bepaalde manier met elkaar om. Soms goed, soms vreselijk. En dat hebben we niet door, omdat we vinden dat we onszelf moeten zijn, van onszelf moeten houden, en moeten beseffen dat de anderen ook zichzelf zijn. Wij moeten authentiek zijn en zij ook. Als ik boos ben moet ik dat uiten, net als zij. En als het dan niet werkt, dan is dat maar zo. Maar als deze ideeën uit het oude Oosten kloppen, dan zijn dit de gevolgen: als we proberen authentiek te zijn en van onszelf te houden om wie we zijn, houden we dan niet gewoon van de patronen waarin we zijn vervallen? En die patronen zijn vaak niet goed voor ons en voor de mensen om ons heen. En dat omarmen we. En het ergste is nog dat we tegen onszelf zeggen dat er niets aan te doen is, omdat we nu eenmaal zo zijn. Als je het oosterse idee over het zelf serieus neemt, dan moet je het zelf niet omarmen, maar dan moet je het zelf juist overwinnen. Je moet het ego breken, om met Confucius te spreken. En daarvoor dienen rituelen. Want rituelen dwingen je niet tot een bepaald beeld van het zelf. Integendeel, ze doorbreken onze patronen. Als je met het ritueel bezig bent, moet je doen alsof je heel iemand anders bent, en op een andere manier met mensen omgaan, waardoor je de interacties die ons leven domineren doorbreekt.
Een voorbeeld daarvan was voor mij de meivakantie met mijn twintigjarige dochter. Ik was druk, druk, druk. En dus had zij de reis geboekt, het programma bepaald, bestudeerd hoe we van A naar B kwamen. Ik vond het grappig om de wereld vanuit haar perspectief te bekijken. En als moeder wist ik weer hoe het is om ‘kind’ te zijn. En mijn dochter leerde zo hoe het is om verantwoordelijkheid te hebben en welke risico’s daarbij horen. Door dat te doen doorbraken we de patronen die de moeder-dochter-relatie kenmerken en anders mogelijk een heel leven lang zouden bepalen.
Nog een voorbeeld: voor het avondeten maakt een gezin ruzie. Ze kibbelen, schreeuwen; alle oude patronen spelen op. Maar dan gaan ze samen eten. De tafel wordt gedekt, kaarsen aangestoken, de ruzie wordt even opgeschort. Het probleem even geparkeerd. Heel even voelen ze hoe het is om volledig contact met elkaar te maken. Tot het avondeten erop zit en het kibbelen weer begint. Vervolgens kun je die kleine pauze misschien uitbreiden naar uiteindelijk een heel leven?
Wellicht kun je een kind beter in plaats van het te leren in zichzelf te geloven, leren patronen te herkennen en de rituelen te waarderen waardoor die doorbroken kunnen worden. Als je alert bent op standaard interacties met je partner of werkgever, kun je misschien patronen herkennen en bespreken. Het komt niet doordat wij nu eenmaal zo zijn, maar doordat we in patronen vervallen. Leer hoe je die verandert. Pas je reactie aan, en daarmee spreek je misschien ook andere kanten van de ander aan. De anders is immers net zo’n complex, zoekend en rommelig persoon als jij. In zijn tijd werd Confucius omschreven als een opgewekte man die zijn hele leven rituelen gebruikte om patronen te doorbreken. Hij werd zo goed in het aanvoelen van de patronen om hem heen, dat als hij een kamer binnenliep, kleine dingen deed om patronen te doorbreken. Hij veranderde de situatie zodat de mensen om hem heen opbloeiden. Net zoals Jezus mensen uitnodigde om het anders te doen: ‘Zacheüs, wat doe je in die boom?’
Stel dat we dit voluit doen. Dat we kinderen zo opvoeden. Als we dat doen, heb je een generatie die niet te horen krijgt: kijk binnen in jezelf, vind jezelf, omarm wat je vindt en zoek wat daarbij past. Dan heb je een generatie die erop getraind is om patronen bij zichzelf en anderen aan te voelen en de wereld niet als maakbaar, maar wel als veranderbaar te zien. Dan gaat er een wereld aan nieuwe mogelijkheden open.
Misschien, dacht ik bij mezelf op dit punt in mijn leven, moet je niet de wereld om je heen proberen te veranderen naar je eigen zin, maar moet je juist zelf veranderen om jezelf te kunnen worden?

Sigrid Coenradie