Een goede reisgenoot
Deze zomer lopen we met ons gezin de Peaks of the Balkans, een wandelroute door Albanië, Kosovo en Montenegro. Bijna 200 kilometer lang trekken we door een landschap van hoge bergen, diepe dalen, kristalheldere stroompjes en kleine bergdorpen. We slapen in onze tenten, dragen alles wat we nodig hebben op onze rug en krijgen onderweg gezelschap van een reisgenoot die we niet hadden verwacht.
Op de vierde dag komen we aan in Doberdol, een bergdorp dat tot voor kort alleen ’s zomers werd bewoond door herders en hun vee. Inmiddels zijn er ook een paar eenvoudige guesthouses voor wandelaars. Wij zetten onze tentjes net buiten het dorp op, tussen de koeien en paarden die daar vrij rondlopen.
En dan is daar opeens Ficky.
Althans, zo noemen wij hem.
Een bruin met witte hond.
Hij ziet er goed uit. Gezond, vrolijk, zelfverzekerd. Geen hond waarvan je denkt dat hij hulp nodig heeft. Een vrije hond. Van niemand, zo lijkt het. Of misschien juist van iedereen.
Hij bedelt niet. Hij gehoorzaamt óók niet. Hij volgt vooral zijn eigen plan. En om onduidelijke redenen vindt hij ons aardig. Die avond slaapt hij op het gras tussen onze tenten.
Door een flinke buikgriep blijven we twee dagen in Doberdol. Ficky scharrelt om ons heen. Als we de derde ochtend al om zes uur vertrekken, omdat we de eerste steile helling graag in de koelte willen doen,
loopt hij vrolijk met ons mee.
We maken ons een beetje zorgen. Weet hij straks de weg naar huis nog wel? We proberen hem over te halen terug te gaan.
Maar Ficky laat zich niet wegsturen.
In de loop van de dag raken we hem toch kwijt. Hij is ergens achtergebleven bij andere wandelaars die zitten te rusten. Wij lopen verder.
Die avond, als onze tenten al staan, verschijnt hij plotseling weer. Hij begroet ons alsof het volstrekt vanzelfsprekend is dat hij er is en zoekt daarna een lekker plekje om te liggen. In het anderhalf uur daarna zien we de gasten van een nabijgelegen guesthouse één voor één aankomen. Als laatsten komen twee Franse vrouwen aanlopen, gebogen onder hun grote rugzakken en duidelijk erg moe.
Ficky loopt kwispelend op hen af.
“Ach, Pierrot!” De vrouwen vergeten even hun vermoeidheid. Ze zijn oprecht blij hem te zien.
Voor hen heet hij dus Pierrot.
Ook zij hebben hem eerder ontmoet en hebben hem worst en stukjes brood gegeven. Nu geeft hij hen de energie voor de laatste meters. Later die avond, als wij bij het guesthouse nog wat gaan drinken, raken
we aan de praat met een paar Tsjechische wandelaars. Zij hebben de hond al tijdens de eerste etappe gezien.
Voor hen heet hij Monty. Naar de bergen en naar Montenegro.
En van de Deense jongens die we onderweg een paar keer tegenkomen, horen we weer een andere naam: Glennart.
Ficky. Pierrot. Monty. Glennart.
Vier namen voor dezelfde hond.
Die avond gaat Ficky met ons mee naar de tenten. Stiekem zijn we daar een beetje trots op. Hij gaat op zijn inmiddels vertrouwde plek tussen onze tenten liggen en valt in slaap.
Midden in de nacht worden we wakker van zijn geblaf.
Niet het vrolijke geblaf dat we inmiddels kennen. Dit is anders. Hij heeft iets gehoord. Iets of iemand dat hij niet in de buurt van onze tenten wil hebben.
Als ik de tent openrits, steekt hij zijn kop door de flap en kijkt me trouwhartig aan, alsof hij zeggen wil: Wees maar niet bang. Ik pas wel op jullie.
De daaropvolgende dagen ver schijnt hij soms opeens om een stukje mee te lopen. Om dan weer net zo plotseling in het bos te verdwijnen. We weten nooit waar hij vandaan komt of waar hij naartoe gaat. Maar al snel voelt de dag niet compleet zonder dat we hem hebben gezien.
Na ongeveer een week raken we hem definitief kwijt bij het eerste en enige stadje dat we tijdens onze wandeling aandoen.
We missen hem.
Na twee weken lopen komen we Theth weer binnen, het dorp vanwaar we zijn vertrokken.
Van Ficky, Glennart, Monty of Pierrot natuurlijk geen spoor, hoewel we allemaal onbewust om ons heen kijken.
Dat zou ook wel een erg sprookjeseinde zijn.
En toch…. we zien de groep Belgische jongens en het stel Deense vrienden die we elk een aantal keer zijn tegengekomen wèl. We nemen hartelijk afscheid en in beide gevallen komt Ficky ter sprake.
Ook zij hadden ergens gehoopt dat ze hem hier nog één keer zouden zien.
Deze opgewekte hond, die zoveel geeft en zo weinig vraagt.
Hij is van niemand en van iedereen.
Hij heeft vele namen.
Hij komt en gaat op zijn eigen moment.
En hij verbindt mensen onderweg.
Een goede reisgenoot.
Nicoline