Geloven in God of de mens?
Regelmatig had ik als docent godsdienst een gesprek met leerlingen over het al dan niet bestaan van God. Dat is een vraag die geen gemakkelijk en eenduidig antwoord kent. Al gauw praat je langs elkaar heen. Vragen die zinvoller zijn: wie of wat is God voor jou? Waar geloof jij in? Sommige leerlingen riepen dan: ik geloof in de mens. Maar wat is dat dan? Hoe geef je geloof in de mens handen en voeten? Het zijn ook geen gemakkelijke vragen, zeker niet op maandagmorgen het eerste lesuur. Daarom liet ik leerlingen een foto kiezen, die hen aan God deed denken. Dat bracht de gesprekken op gang. Aan het eind van de lessen over God was de opdracht: maak een lijst van twintig misverstanden over God.
Ik moest weer aan dat lijstje denken bij de dood van theoloog Harry Kuitert. In de loop van zijn leven publiceerde hij vele, persoonlijke, helder geschreven boeken over het geloof. Hoe hij langzaam afscheid nam van een dogmatiek die het allemaal zo goed wist. Hoe hij langzaam steeds meer opschoof richting vrijzinnigheid. Toen hij tachtig werd, zei hij het in een interview zo: “Elke godsdienst is een erfenis uit de tijd van de religieuze mythe. Ben je eenmaal zover dat je de christelijke religie ziet als een product van verbeelding, dan kun je er veel gemakkelijker mee spelen. Het slechtste is als we er waarheid van maken”. Daarmee verwierp hij de godsdienst niet, maar maakte haar ruimer. Dat deed hij ook met zijn beroemde uitspraak: “alle spreken over Boven komt van beneden.”
Een van de meest voorkomende misverstanden over God is dat Hij bestaat als een entiteit, aanwijsbaar zoals een stoel en een tafel. Een ander misverstand is dat de bijbelverhalen, bijv. het scheppingsverhaal, letterlijk genomen moeten worden. Maar het mooiste misverstand dat een van mijn leerlingen opschreef is dat geloven in God op zich niets betekent. “Ik zie God niet als een antwoord op vragen waar we nog geen antwoord op hebben. God is geen verklaring. Ik heb ook geen idee of God bestaat of niet”, schreef ze, “dat is niet interessant. Interessant is wat iemand met zijn of haar leven doet, waar iemand in gelooft. Leef je op jezelf, of is je leven verbonden met dat van anderen. Met naasten of met de rest van de wereld? Met de hele schepping? Hou je van het leven? Probeer je een goed mens te zijn?” Ha, ha, ik lijk wel een dominee”, schreef ze boven haar blaadje.
Het valt, ook voor een dominee, niet mee om het over God te hebben. Religie betekent letterlijk: verbinding. Zoals de leerling schreef: voel je je verbonden, met anderen, met jezelf, met datgene wat je overstijgt? “Transcenderen”, schreef Kuitert,– in de zin van uitreiken boven – zit in heel ons leven. Ook geloven is verder kijken dan je neus lang is, durven verder kijken, en vertrouwen dat de stappen die je doet, goede stappen zijn. Maar de liefde slaat alles met stukken, in liefhebben als acte reikt een mens eerst recht boven zichzelf uit, en wordt hij voor anderen tot een plaats van de liefhebbende god.
Ik herinner me nog goed het moment dat ik afhaakte bij de studie theologie en verder ging met filosofie. Het was tijdens colleges dogmatiek. Ik dacht: hoe weten “ze” al die zaken over God toch zo zeker, bijvoorbeeld dat Jezus voor 100% mens is én voor 100% God? Daar kon ik met mijn verstand niet bij. Pas veel later begreep ik dat mijn verstand me geen sikkepit dichter bij God zou brengen. Het leven, begreep ik na een studie filosofie, is niet iets om te begrijpen, maar om van te houden. Precies zoals mijn veel slimmere leerling schreef. Hou je van het leven? Niet dat je elke dag juichend je bed uitkomt, want er is ook pijn en verdriet, maar: voel je je verbonden, gedragen, opgenomen in een groter geheel? Liefhebben is zo geen romantiek, maar een manier om je te verhouden met de wereld. Hou je van de schepping, dan ben je er automatisch zorgzaam voor. En natuurlijk moet je daarin keuzes maken. Voor wie ben je zorgzaam, welke goede doelen steun je, hoe ver ga ik in het scheiden van mijn afval, wie stuur je een kaartje, met wie ga ik om, en bij welke (geloofs)gemeenschap sluit ik mij aan? Maar het begint met het moment waarop we niet meer over God(s bestaan) spreken maar vanuit God. Zo gezien is er geen verschil tussen geloven in God en geloven in de mens. Dat zei Jezus trouwens ook al in zijn dubbelgebod: heb God lief en je naaste als jezelf.
Sigrid Coenradie